Berlijn Stedentrip verslag

door: Klaas M. Bisschop

Vertrek naar Berlijn

De Euro-Lines bus vertrok keurig optijd, 22.00 uur, vanaf het Amstelstation en omdat ik de enige
was op de achterbank kon ik liggen en slapen (schoenen uit !). Behalve dat het de prijs van een overnachting in een hotel scheelt kom je ook uitgerust aan, zodat je direct de stad kunt verkennen. De bus hield halt onder de Fernsehnturm am Messe, West Berlijn. Met de metro, U-bahn, naar de Kurfurstendam, het kloppend hart van het kapitalistische Berlijn. Dacht ik. Na hem voor driekwart afgelopen te hebben houd ik het voor gezien. Wat een hoop poenige winkels, hun voorpui vrijwel geheel van glas en de steriele opmaak van de etalage's. alle A-merken die er zijn vertegenwoordigd vormen samen een bloedloze facade en zeker geen kloppend hart. Geen leven of levendigheid, weinig mensen, wat de kunstmatigheid van deze straat nog eens benadrukt. Het Italiaanse restaurant waar ik juist langs loop heeft zich zelfs genoodzaakt gezien om een "familie-aanbieding" te bedenken: zaterdags en zondags de hoofdmaaltijd voor de halve prijs. Daar maak ik natuurlijk gebruik van (eens een hollander altijd een hollander) maar dat doet die restaurateur natuurlijk niet uit weelde.
Kurfursten komt trouwens van Keurvorsten, waarmee direct de oorsprong van deze zo "belangrijke" straat gegeven is. Zij werd oorspronkelijk gebruikt door de Duitse vorsten om van en naar hun buitens te rijden, toen nog te paard uiteraard.

In de Stad

De Gedachtniskirche, na de bombardementen in de tweede wereldoorlog nooit gerestaureerd, is een bakstenen statement tegen de zinloosheid van geweld. Naast de ruine van de kerk staat inmiddels een zeer moderne versie, die van buiten af gezien somber en strak oogt, maar binnen, door het gebruik van blauwe glazenbouwstenen een prachtig hemelsblauw lichteffect geeft. Opvallend is dat de enige ster die je hier in de omgeving van de kerken ziet op het Europa-Center staat: die van Mercedes. Achter de kerk, beter: ten noorden van de kerk zijn de eerste "gewone" winkels, ten zuid-oosten het "KaDeWe" (Kaufhaus des Westens). Een mengeling tussen de Bijenkorf en Harrods. Om er geweest te zijn ga ik naar binnen, maar er is eigenlijk alleen maar te krijgen wat je in alle dure winkels in Europa kunt krijgen. In die zin niets bijzonders.
De Fasanenstrasse is een zijstraat van de Ku-dam, aan het eind waarvan mijn hotel staat. Zodoende kom ik regelmatig door die straat waar zich o.a. het Kathe Kollwitz museum bevindt. Ik heb het niet bezocht want haar werk maakt mij altijd zo droevig, wat op zich knap is natuurlijk. In het verlengde van die straat staat het huis van een andere kunstenaar: Georg Grosz. Ruim vijftig jaar heeft hij er gewoond. Zijn werk is ook niet altijd even opwekkend maar heeft beslist humor. Die Fasenenstrasse is een beetje een deftige straat, met een literaire boekhandel, een veranda/tuin restaurant etc. De zijstraten van de Ku-dam zijn trouwens intressanter dan de Ku-dam zelf.

Bahnhof Zoo (jawel, die van Christiane F.) is een relatief klein schoon en druk station waar ik geen junkies heb kunnen ontdekken. (Daklozen / junkies waren er wel op het plein bij de Gedachtniskirche. Al bier drinkend bediscusieerden zij luidkeels de toestand in de wereld en hadden zo hun eigen oplossingen. Daar tussendoor scharelden de "gewone" Duitsers en toeristen).
In 1902 vertrok hier de eerste "Stadtbahn", en ontwikkelde zich tot een volwaardig openbaar vervoerssysteem. Tot de muur werd gebouwd, en niet alle routes meer helemaal afgereden konden worden. Toen ontstonden ook de "spook-stations" waar geen treinen meer stopten. Pas na de hereniging werden die weer een voor een in gebruik genomen.

In het hotel aangekomen blijk ik op mijn eerste dag al een blaar opgelopen te hebben.

De tweede dag

Mijn tweede dag Berlijn valt op een zondag. Ik ga niet de stad in omdat ik verwacht dat alle winkels gesloten zullen zijn. Mijn keus is gevallen op Sachsenhausen, het eerste "vaste" concentratiekamp van de nazies, gebouwd in de zomer van 1933 (!). Er zaten permanent zo'n 7000 mensen gevangen.

Sachsenhausen blinkt uit in systematiek, door zijn kille strakke archtectuur. Er is duidelijk over nagedacht op welke wijze er het eenvoudigst controle kon worden gehouden over het kamp. Vanaf het hoofdkwartier boven de ingang heb je een uitstekend overzicht omdat de paden tussen de barakken waaiervormig zijn aangelegd, met datzelfde hoofdkwartier in het knooppunt. Op het exercitie terrein was van diverse steensoorten een pad aangelegd, speciaal bedoeld om de schoenen voor het Duitse leger te testen, die in het kamp gemaakt werden. Gevangenen moesten daar dagen marcheren, met die schoenen aan hun voeten, zodat de Nazies de kwaliteit konden beoordelen.
Ook stonden hier de galgen, om in het bijzijn van de gevangenen mensen op te kunnen hangen, op dezelfde plek waar in december de kerstboom stond.

Links achter zijn nog de resten te zien van "Station Z". Hier werden van 1939 systematisch mensen vermoord met behulp van gas ( Zyklon A, later Zyklon B, [was dit gas "beter" ? In welk opzicht dan ?]) of door een nekschot. De vier ovens van het crematorium staan er nog, zij het beschadigd nadat het gebouw in 1953 was opgeblazen.
Wat dichter bij de ingang bevindt zich het gebouw waar de kamp-arts "werkte". De foto's in het museum geven een duidelijk en verschrikkelijk beeld van het "werk" van deze afdeling. Als "medisch-experiment" werden mensen doorgezaagd, hoofden geprepareerd, lampekapjes ontworpen (van getatoueerde mensenhuid) en andere "souveniers" ontwikkeld. In de kelder van het gebouw heerst een aangename koelte, een verademing bij de kilte die over je komt als je de foto's van de lijken ziet, lijken met en zonder ledematen of hier en daar een losse romp ...  Het besef dat de zinken werkbanken waar ik met mijn knokkels op sta te kloppen, gediend hebben om deze "experimenten" op te doen brengen de verschrikkingen net zo dicht bij als de tranen in m'n ogen.

Museumbezoek

Het museum geeft een beeld van de langzaam om zich heen grijpende gekte, door diverse personen te volgen in hun levensloop. Zo zie je jeugdfoto's van onschuldige kinderen die zich ontwikkelen tot volwassenen die uiteindelijk als uitgemergeld lichaam eindigen op een stapel lijken. Juist de huiselijke plaatjes leren je hoe gewoon deze mensen waren, en hoe ongewoon ze aan hun einde zijn gekomen. Maar ook de getypte arrestatiebevelen, ondertekend en wel, geven een indruk van de onontkoombaarheid, van de ingeslopen waanzin van die tijd. Een sommetje ergens op een wand in het museum laat zien hoeveel mensen er per periode het kamp binnenkwamen. Daarnaast is een optelling van hoeveel mensen er weer uit kwamen. Het verschil tussen deze twee optellingen bedraagt 100.000
Het is gruwelijk en fascinerend tegelijk, naast het beangstigende feit dat er geen enkele garantie is dat zoiets zich niet nog eens voor zal doen.

Een ding is mij nu zeer duidelijk geworden: dat de Duitsers minstens zo erg onder de Nazies geleden hebben als ieder ander Europees land. In Berlijn was voedsel in het eerste oorlogs jaar al op de bon. Aan het eind van de oorlog leefden in Berlijn zo'n 2.5 mln mensen, waarvan nog niet de helft mannen, in de ruines, vechtend tegen de hongerdood. Volwassen manne wogen gemiddeld 57, vrouwen 53 kilo.  De Pravda meldde (1945) "De mensen aten gras en het schors van de bomen".
In de strenge winter van 46/47 stierven nog eens 1100 mensen van de honger en/of de kou.

In het Bendlerblock, Bendlerstrasse 11-13, bevind zich het "Gedenkstatte Deutscher Widerstand".
Het behandelt de geschiedenis van het Duitse verzet tegen Hitler, en met name de mislukte poging van von Staufenberg om en aanslag op Hitler te plegen. In uitgebreide leaflets is na te lezen hoe deze aanslag stap voor stap mislukte. Maar ook de Duitsers die zich in het buitenland tegen Hitlers "beleid" inzettten. Zo zat Klaus Mann in het Amerikaanse leger, evenals Stefan Heym. Aanvankelijk hadden zij zich als schrijvers ingezet tegen het Nationaal-Socialisme door diverse publicaties, zoals tijdschriften en boeken. Mann pleegde in '49 zelfmoord, Heym ging na de oorlog als praktiserend schrijver in Berlijn wonen, von Staufenberg werd direct na de mislukte aanslag vermoord. Op de binnenplaats van het Bendlerblock staat een monument, bestaande uit een staande figuur en een granieten lijn op de grond, op de afstand van een executiepeleton tot die staande figuur. Het effect is duidelijk, schrikwekkend duidelijk.

Groen Berlijn

Unter den Linden, het kloppend hart van Oost-Berlijn is een verademing. Deze beroemde lindenlaan doet zijn naam en imago eer aan. Behalve heel groen is zij ook sfeervol, door de vele historische gebouwen die er nog staan, maar ook door de winkels en restaurants. Ik heb het gevoel dat de theorie van de "versnellende achterstand" hier op een fraaie wijze zijn/haar gelijk bewijst. In de tijd van de DDR heeft er een stilstand plaats gehad die na de val van de muur op versnelde wijze is ingehaald, met voorbijgaan aan de fouten die in het westelijk deel in de loop de jaren wel gemaakt zijn. In dit deel van de stad bevinden zich de universiteit, de bibliotheken (staats, stads en universitaire) het operagebouw, diverse oude kerken, de Berliner Dom etc. Hier is in feite het "echte" centrum van Berlijn.

Vanuit de Fernsehturm (365 m hoog) op het Alexanderplatz heb je een schitterend uitzicht over Berlijn, de grootste stad van Duitsland (885 km2 / 3.5 mln inwoners). In deze futuristisch vormgegeven toren, die opvalt behalve door zijn hoogte door een grote metalen bolvormige uitbouw op zo'n 200 meter boven de grond, bevind zich een restaurant en een uitkijk platvorm. Per windrichting staan er "skyline-borden" waarop uitgelegd wordt wat er allemaal te zien is. Na het Empirestate Building vind ik hier wel een van de mooiste stadsgezichten die ik heb mogen aanschouwen. In de verte is de Brandenburger Tor te onderscheiden, de Rijksdag, en dichterbij de gebouwen die ik net genoemd heb. Ik wandel vanaf het Alex, in de jaren twintig een bruisend uitgaanscentrum zoals beschreven door Alfred Doblin, rustig naar het westen en laat de stad op mij inwerken.
Aanvankelijk is er de hoofdzakelijk de indruk van leegte, waar misschien ruimte bedoeld is. Het Marx en Engels monument blinkt uit door saaiheid. In mijn reisgids staat een foto van hetzelfde monument voorzien van een cynische grafitti kreet: "Beim nachsten mal wird alles besser".

Het Rotes Ratthaus, genoemd naar de kleur van de bakstenen, niet naar de kleur van de politieke voorkeur, is een mengeling van een kerk en een Beurs van Berlage-achtig gebouw. Fraai omdat ik van symetrie en strakke ontwerpen houd. Verderop , in een verder modern vormgegeven gebouw, is het laatse overblijfsel van het Stadschloss opgenomen. Ter ere van Karl Liebknecht, een van de leiders van de Spartakus opstand van 1918, die vanaf het dit balkon de Socialistische Republiek uitriep. Op het Bebelplatz, genoemd naar een andere sleutelfiguur tijdens de Spartakusopstand, tegenover de opera heeft Goebbels in 1933 zo'n 20.000 boeken laten verbranden. Als ik later in het Museum van het Duitse Verzet de tekst lees die hij daarbij uitgesproken heeft, kan ik me bijna niet voorstellen dat iemand dat gebral serieus genomen heeft. Achteraf is het natuurlijk makkelijk praten, maar die tekst is van een bombast, om je ziek te lachen. Verder richting de Tor, waar de linden het straatbeeld domineren nadat Hitlers hakenkruizen weer zijn vervangen door bomen, komen een aantal leuke winkels. Links bevinden zich op een rij een grote boekhandel, een grote souveniershop en een rariteitenwinkel. In deze laatste kan je alles krijgen zolang het maar abnormaal is. Vrijwel ondraagbare mode, volgens mij gebruikt als kostuums in een of andere bizarre film. Of een pikant opengewerkt lederen catsuit. Of "antieke" meubels, voorzien van overdadig houtsnijwerk in combinatie met zebra- of pantervel bekleding. Of hoeden, maskers, de dolste variaties en combinaties. Het lijkt mij niet onwaarschijnlijk dat Fellini hier zijn inkopen deed. Als ze hier een keukenklok aan je verkopen krijg je ook echt een keukenklok: een groot plat bord met een mes en een vork als wijzers en een theelepeltje als seconden wijzer.
Aan de overkant van de straat bevinden zich moderne properen restaurants, met terrasjes die uitkijken op deze winkels en het winkelend publiek. Dat de koffie er iets duurder is spreekt voor zich.

Imposante bouwwerken

Bij de Brandenburger Tor, ooit een van de 14 Berlijnse stadspoorten, maak ik er een punt van om onder de middelste doorgang te lopen. Deze, de breedste, was oorspronkelijk bedoeld om uitsluitend de Duitse vorsten doorgang te verlenen. Door mijn "daad" sluit ik mij aan bij bekende figuren als Hitler, Bismarck, Napoleon en de Duitse Keizers. Dat er op het zelfde moment een oneindige stroom stadsverkeer mij links en rechts passeert maakt mij niets uit. De beeldengroep bovenop de Tor stelt een vierspan voor, dat een strijdwagen trekt gemend door de godin van de vrede (!). Het Naziregime gebruikte haar voor propaganda doeleinden, en ten tijde van de koude oorlog / de muur kwam zij op het stuk niemandsland tussen oost en west te staan. De Tor was de eerste doorlaatpost die in 1961 gesloten werd. Dat het toen stil werd aan de voet van de Tor wil ik wel annnemen, maar vredig ?

De Rijksdag, door Rinus van der Lubbe in 1933 in brand gestoken in de hoop daarmee een linkse revolutie te ontketenen (zie het boek van Martin Schouten), is voor publiek toegankelijk. De nieuwe glazen koepel laat licht binnen dat met behulp van zo'n 350 spiegels de vergaderzaal ingekaatst wordt. Met uitzicht vanaf het dak is duidelijk te zien dat er in Berlijn nog veel ge- en verbouwd wordt. Alleen al in de directe omgeving van de Rijksdag tel ik 80 (tachtig !) kranen. Mijn binnenkomst had nog wel wat voeten in de aarde. Iedereen moest door een electronisch poortje ivm de beveiliging. Bij mij ging dat ding tot drie keer toe af. Zelfs toen ik mijn kleingeld uit mijn broekzak had gehaald bleef het alarm gaan. Iedereen moest wachten tot er een bewaker met speciale bevoegdheden kwam om mij te fouilleren. Dat leverde niets op. Nadat ik met een soort Geigerteller helemaal afgetast was kwam er een eind aan de spanning. Ik was geen gewapende terrorist, de stalen neuzen in mijn wandelschoenen hadden het alarm in werking gezet.

Opnieuw beneden aangekomen steven ik af op Berlijns "groene long", de Tiergarten. Oorspronkelijk bedoeld als wildpark voor de keurvorsten vormt zij nu een soort Amsterdamse Bos in het centrum van Berlijn. Ik maak bewust niet de vergelijking met het Vondelpark. Ten eerste omdat de Tiergarten niet veel van een park heeft, maar vooral omdat er geen stadspark-cultuurtje heerst. Geen grasvelden met zonnende mensen. Geen sporters, joggers, skaters, geen flaneerende mensen, niets van dat al. Wel een Museum, van een futuristische architectuur, in de volksmond de "Zwangere Oester" geheten. En dat klopt.

Officieel heet het "Haus der Kulturen der Welt" en er is op dit moment een tentoonstelling rond de persoon van Alexander von Humboldt, onder de titel Netzwerke des Wissens. Von Humboldt blijkt een soort Duitse Darwin geweest te zijn die niet alleen veel gereisd heeft (zijn Zuid-Amerikaanse reis is wel zijn bekendste prestatie, denk ik) maar ook allerhande kennis verzameld en ontsloten heeft. Hij was een tijdgenoot van en onderhield (wetenschappelijke) contacten met o.a. de scheikundige Gay-Lussac, de ontdekkingsreiziger Simon Bolivar, de wiskundige Laplace, de uitvinder (van de lichtgevoeligeplaat) Daguerre en de literator Honore de Balzac. Kortom, een gezellig clubje om mee van gedachte te wisselen. Nu  begrijp ik ook waarom de Berlijnse Universiteit, pas in 1810 opgericht, zijn naam draagt.

Kruezberg is beroemd geworden, behalve als "Turkenwijk, door de "autonomen" die daar woonden. Die zijn nog wel redelijk autonoom , geloof ik, al zijn ze wat minder militant geworden, na hun eerste succesvolle kraak van het "Rauch-haus". Hun eigenzinnigheid mag blijken uit de buitenmuur van een etagegebouw waar fluoriserende koeien op een blaartrekkend-groene wand "grazen". Verder zijn er op die wand plukjes gras geschilderd, bloemetjes etc. Onder aan deze kunstmuur is een verslag te lezen welke burocratische instanties zich allemaal bemoeid hebben met de toestemming om uberhaupt iets aardigs van die muur te mogen maken. Daar bestaat in feite de prestatie uit, het door alle procedures heen vast blijven houden aan je doelstelling, hoe onzinnig die ook mag lijken, sterker, juist omdat ze zo irrelevant is. Daarnaast blijft het een schitterend schouwspel, deze levensgrote levenloze koeien, bevestigd op een al even dooie groene muur.

Door de val van de muur is Kreuzberg van een randgebied (pal aan de muur) plotseling in het centrum terecht gekomen. In de Martin-Gropius-Bau is een soort Stedelijk-museum-kunst te aanschouwen die (nog?) heel erg in het teken staat van de deling. Door middel van veel verschillende soorten media wordt het belang van mensenrechten, een gezonde economie, vrijheid van meningsuiting, zinloosheid van geweld etc. uit de doeken gedaan. Het museum is zo stijfvol met gimmicks gebouwd dat alleen een overweldigende hoeveelheid indrukken overblijft, die vooral imponeren juist door die hoeveelheid en zijn onderlinge verschillen.

Vlak ernaast staat nog een authentiek stukje Berlijnse Muur. De achterkant van dat stukje is in gebruik genomen als expositie ruimte onder de titel "Topographie des Terrors". Hier bevinden zich nog de resten van het Nazi-bestuurs-centrum (in 1978 ontdekt) van waaruit de tereur georganiseerd en geleid werd. Dit is denk ik wel het meest compacte stukje Berlijn waarbij je in een oogopslag de hoogte, pardon, dieptepunten van de moderne geschidenis kunt zien: de 2e WO en de Koude Oorlog.

Ook het beroemde Checkpoint Charlie is vlakbij. Uiteraard is daar inmiddels een museum, ter nagedachtenis van de zotte situatie die daar jaren stand gehouden heeft. Als er niet zoveel menselijke drama aan verbonden was kon je er misschien om lachen, maar in het "Haus am Checkpoint Charlie" zijn teveel bewijzen te aanschouwen om er luchtig over te doen. Op een van de aangrijpendste foto's bijvoorbeeld, staat een jonge soldaat die het prikkeldraad (het ijzerengordijn was net een dag oud) open trekt om een jongentje in korte broek die met zijn armen naar de overkant reikt, door te laten. De soldaat heeft voor deze daad van "zwakte" moeten boeten. Ook zie je een 77 jarige vrouw door het raam van haar woning vluchten. Althans dat probeert ze, maar terwijl de westerse soldaten haar naar beneden willen helpen staan de oosterse haar weer naar binnen te trekken...   Of het jongentje dat tussen de 4e verdieping en een brandweer valscherm gefotograveerd wordt, z'n vader aan het raam hopend dat alles goed af zal lopen. Om dit soort vluchtpogingen te voorkomen besluiten de Oost Berlijnse autoriteiten om de ramen die op westers gebied uitkomen allemaal dicht te metselen ! Ook vluchtwegen onderwater worden afgesloten door hekwerken, spijkerbedden etc. Op 17 augustus 1962 is de wereld getuige van het sterven van een 18-jarige vluchteling die op het stukje niemandsland door oostduitse kogels geraakt wordt en onderaan de muur langzaam dood bloedt, door niemand geholpen.
Een gevoel van triomf komt over je als je ziet welke vluchtpogingen wel zijn gelukt. Van een soldaat die inene de ruimte krijgt en het simpelweg op een lopen zet en over de versperring springt tot de meest ingenieuse vervoersmiddelen, bv een zelfbouw ultra-light vliegtuigje met Trabantmotor. Tunnels, luchtbalonnen, geprepareerde auto's en domweg met een zwaar voertuig door de versperring proberen te breken, alle methoden passeren de revu.

Op de Maybach-ufer, de zuidelijke kade van het Landwehrkanaal, eet ik in een Turks restaurantje een Doner-Kebab met een of andere exotische yoghurt na. Daarna, door de resten van de turkse markt slenterend, heb ik een aardig uitzicht op de luxe terassen aan de anderekant. De Yuppies en Turken leven hier in wederzijdse desinteresse naast elkaar, probleemloos, zo te zien.

De heuvel waar Kreuzberg feitelijk naar vernoemd is heb ik niet kunnen vinden, helaas. Kennelijk had je daar vanaf 66 meter hoogte van een mooi uitzicht over de wijk kunnen genieten.

Prenzlauerberg is voor Oost-Berlijn wat Kreuzberg voor West-Berlijn is, een broeinest annex kweekvijver voor pop/rockgroepjes, alternatief theater, galeries en krakers etc. Deze laatste groep was in 1990 zeer succesvol met 126 gekraakte panden (van de 25.000 (!) leegstaande panden).
Kathe Kollwitz maakte hier een groot deel van haar, mij deprimerende, houtskool schetsen. Er is nu een park naar haar genoemd in de buurt waar zij gewoond heeft. De vele kleine en minder kleine cafees hebben nog veel van het karakter van wat vroeger een "Kneippe" was. In de omgeving van de Vinetasstrasse, een eindstation van de metro, loopt de U-Bahn ver boven de weg. Onder deze constructie staat de beroemdste snackbar van Berlijn: Konnopcke, sinds 1930. Zij is beroemd om haar Currywurst, die ze daar snijden met een handbediend grootformaat eiersnijder, zodat een hele worst, zeer efficient, in een keer in mootjes wordt gesneden. Volgende aub !

In de diverse curieuze en curieusa winkeltjes zijn, naast de gebruikelijk zaken die je in dit soort winkeltjes aantreft, de vreemdste zaken te koop: Nazi-artefacten, bestek dat nog in het concentratiekamp gebruikt is ...

Rondvaart zonder uitzicht

Nog even een afknapper. De rondvaart vanuit Potsdam, de Schlosser tocht, leek mij en efficiente manier om die kastelen eens te bekijken. Maar, behalve dat je door de zomerse bladerdracht van de bomen niet veel meer kon zien dan wat daken en torens, draaien ze aan boord Duitse Slagers. En die boot meert onderweg nergens aan dus je kan er niet af ! Nee, ga dan met de bus, lijn 100. Deze rijdt heen en weer tussen Bahnhof Zoo en Alaxanderplatz, de twee centra van Berlijn, langs veel van de bezienswaardigheden, en kost niets extra. (Tenminste, als je, net als ik, een weekabonnement hebt genomen van slechts 40 mark).

Even ten westen van Berlijn ligt Spandau. Het oude centrum van Spandau is het enige deel van Berlijn dat in zijn oorspronkelijke staat te bewonderen valt. Het kleine centrum is te voet makkelijk te doorkruizen en zo beland ik al snel voor de Zitadelle. De oudste toren van dit gebouw stamt uit begin 13e eeuw, terwijl van Berlijn voor het eerst melding wordt gemaakt in bronnen uit 1244. Veel dichter bij de oorsprong kan je niet komen lijkt mij.
Rond 1850 zaten hier trouwens honderden "revolutionairen" opgesloten, na de Kartoffel-revolution.
In het geindustrialiseerde Berlijn heerste alom armoede en sociale misstanden (net als in de rest van geindustrialiseerd Europa overigens) en toen de aardappeloogst mislukte en de prijzen stegen sprong de vonk in het kruidvat, met als resultaat een korte bloedig neergeslagen "revolutie" (183 doden).
Vanaf 1935 experimenteerde de Wehrmacht er met chemische wapens.

Schloss Charlotenburg is een gebouw dat aan zijn eigen overdaad ten onder gaat, en de beroemde porseleinkamer maakt het wel heel bont. Hier zijn tussen de overdaad van de uitgestalde vasen, borden etc. kleine "tafeltjes" gemonteerd om miniatuur vaasjes van porselein te kunnen uitstallen. Deze mensen mochten dan rijk zijn en hun rijkdom op deze wijze tonen, maar de smaak van hun inrichting is niet te onderscheiden van het eerste de beste Jordanese 3 hoog achter huishouden. Verschrikkelijk. Wat mij aansprak was dat de opvolger van deze verkwistende vorst zo zuinig was dat hij de parken die in aanleg waren liet gebruiken om groente op te kweken.

In sterk contrast daarmee staat het Bauhaus-Archiv. Daar is alles zo strak en op het gebruik toegespits ontworpen. Zo valt het mij op dat de deuren zo hoog zijn, dat zij tot het plafond rijkt. Het is een groot vlak, maar geeft iets statigs en rust aan de ruimte. Geen overbodige deurstijlen bijvoorbeeld. Maar ook de huisraad, meubels, etc. ontwikkeld door de BauHaus-groep munt uit in strakke doordachte vormgeving en gebruiksgemak. Schitterend.

Op weg naar huis, wederom in de Eurolines bus, worden we vlak over de grens tot staan gebracht door Nederlandse grensbewakers. Dat verbaast mij, omdat er tussen de landen van de EG toch vrij personen en goederen vervoer geldt. Als ik vraag waarom ik mijn paspoort moet laten zien mompelt de beambte "Schengen, he". Ik blijf met het gevoel zitten dat het een overbodige actie is. Totdat er inderdaad een buitenlander zonder paspoort uit moet stappen en niet ons land in mag. Schengen, he. Met gemengde gevoelens vervolgen we de weg naar huis.
 

Klaas M. Bisschop
Hoorn, 10-09-1999

Reageer via emial aan Klaas